Reglement

Begripsomschrijving

Artikel 1

In het reglement wordt verstaan onder:

  • Hoofdbestuur (HB): het Hoofdbestuur van de Aannemers Vereniging Metselwerken (AVM),
  • Leden: de leden van de AVM.

Doelstelling

Artikel 2

Behoudens het bepaalde in artikel 2 van de statuten, dient in de doelstelling onder "ruimste zin van het woord" ook te worden verstaan:

  1. Het behartigen van de belangen van de metselbranche.
  2. Het bevorderen dat haar leden handelen in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving.
  3. Het optreden in en naar de markt van opdrachtgevers, teneinde door bundeling van krachten van haar leden een grotere invloed uit te oefenen op de verhouding kwaliteit en prijs van metselwerken.

Middelen tot doelstelling

Artikel 3

Omdat de vereniging de leden van elkaars know-how laat profiteren, is zij in staat een aantal specifieke taken op zich te nemen, zoals:

  1. Belangenbehartiging bij het openbaar gezag en bij bedrijfs- en andere organisaties.
  2. Acitiviteiten op het gebied van publiciteit en free-publicity.
  3. Het deponeren van Algemene Voorwaarden.
  4. Het bindend opleggen van gedragsregels aan de leden.
  5. Het uitbrengen van expertise-rapporten.
  6. Het geven van ondersteuning aan de leden op het gebied van (loon)administratie en automatisering.
  7. Het geven van adviezen en aanbevelingen betreffende de gezondheid van de medewerkers van de leden en verbeteren van werkomstandigheden.
  8. Het stimuleren van het tot stand komen van nieuwe werkmethoden.

Leden

Artikel 4

De beoordeling over toelating tot het lidmaatschap berust bij het Hoofdbestuur, dat zich bij deze beoordeling heeft te houden aan artikel 3 van de Statuten. Als het Hoofdbestuur tot afwijzing beslist, dan doet het hiervan mededeling aan de gegadigde, die echter zijn aanvrage kan handhaven, in welk geval het Hoofdbestuur zulks op de convocatie van de eerstvolgende ledenvergadering vermeldt. De ledenvergadering beslist alsdan over de toelating overeenkomstig de bepalingen van de Statuten.

Afdelingen

Artikel 5

  1. In overleg met de Algemene Ledenvergadering worden regionale afdelingen gevormd. Bij het indelen van de leden bij regionale afdelingen wordt rekening gehouden met de vestigingsplaats van de leden. Het staat leden vrij zich bij meerdere regio's aan te sluiten als dat in het belang is van in verschillende regio's uit te voeren werken.
  2. Een regio zal door de Algemene Ledenvergadering kunnen worden erkend
    en zal kunnen worden in stand gehouden zolang deze regio tenminste 10
    regioleden telt. Zodra het aantal leden beneden de 10 daalt, zal het bestaansrecht
    van de regio opnieuw aan de Algemene Ledenvergadering worden voorgelegd.
    Thans kent de AVM de volgende regio's:
     
    • Regio Noord-Holland Noord
    • Regio Midden (Utrecht, Het Gooi en Noord-Holland tot aan het Noordzeekanaal)
    • Regio West (Zuid-Holland en Zeeland)
    • Regio Zuid (Brabant en Limburg)
    • Regio Gelderland/Overijssel
    • Regio Noord (Groningen en Drenthe)
    • Regio Friesland (Friesland en Flevo)
  3. De regionale afdelingen kiezen uit hun midden een bestuur van tenminste 2 en ten hoogste 7 leden. De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester worden door het regionale bestuur onderling verdeeld.
  4. De taak en de bevoegdheden van de regionale afdelingen en hun besturen worden bij huishoudelijk reglement van deze afdelingen geregeld. De reglementen van de regionale afdelingen moeten zijn afgestemd op de statuten en het huishoudelijk reglement van de AVM en behoeven goed-keuring van het Hoofdbestuur.
  5. Regionale besturen van afdelingen hebben het recht voorstellen of amendementen bij het Hoofdbestuur in te dienen, waarover door het Hoofdbestuur en de Algemene Ledenvergadering wordt beslist.
  6. Bestuurders van regionale afdelingen treden af volgens een rooster van aftreden. Zij blijven in functie totdat hun plaats is aangevuld. Zij die ter vervulling van een tussentijdse vacature worden gekozen, hebben zitting voor de tijd gedurende welke degenen in wiens plaats zij gekomen zijn nog zitting zouden hebben gehad.
  7. De regionale afdelingen kunnen een afdelingscontributie vaststellen, hetgeen uitsluitend de regionale afdelingen regardeert.
  8. De regionale afdelingen beleggen minstens eenmaal per jaar een vergadering en zullen het Hoofdbestuur tijdig mededelen waar en wanneer er wordt vergaderd. De notulen van deze vergadering worden ter hand gesteld van het landelijk secretariaat.
  9. De taak van de regionale besturen bestaat uit:
    • Het voeren van propaganda en het geven van voorlichting in hun rayon.
    • Het adviseren van het Hoofdbestuur in het bijzonder in regionale vraagstukken.
    • Het coördinerend en adviserend optreden ten opzichte van de leden van hun afdelingen.
    • Het voordragen van leden voor het Hoofdbestuur afkomstig uit hun afdeling.

  10. Regionale afdelingen vormen een onderdeel van de AVM; zij kunnen niet tot het lidmaatschap worden toegelaten.

Financiële bijdragen

Artikel 6

  1. Het Hoofdbestuur kan na overleg met de ledenvergadering de penningmeester machtigen de financiële bijdragen van de leden te binden aan betaling vóór of op een datum die gelegen is vóór het einde van het verenigingsjaar. Op deze datum dienen alle contributies door de penningmeester ontvangen te zijn.
  2. Leden die hun contributie betalen na de datum, als in het voorgaande lid bedoeld, zijn over het bedrag van hun financiële bijdrage een rente
    verschuldigd van 1% per maand, waarbij het gedeelte van een reeds aangevangen maand geldt voor een volle maand. De penningmeester is bevoegd tot invordering van achterstallige financiële bijdragen over te gaan en zonodig de schuldenaar voor de rechter te dagen.
  3. Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten betreffende invordering van achterstallige financiële bijdrage van leden, zijn voor rekening van de schuldenaar. Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing op de overige fi-nan-ciële bijdrage als bedoeld in artikel 6 van de Statuten.

Bestuur

Artikel 7

Overeenkomstig artikel 7 van de Statuten treedt elk bestuurslid af uiterlijk in de derde jaarvergadering na die van zijn benoeming volgens een rooster van aftreden.

Reglement

Artikel 8

Op 30 november 1996 heeft de Algemene Ledenvergadering overeenkomstig artikel 19 van de Statuten de volgende reglementen vastgesteld, respectievelijk vaststelling daarvan bevestigd:

  1. Huishoudelijk Reglement
  2. Algemene Voorwaarden voor de zakelijke en consumenten markt

Wijziging

Artikel 9

Besluiten tot wijziging van het huishoudelijk reglement worden vastgesteld in de algemene ledenvergadering bij gewone meerderheid van stemmen op voorstel van het Hoofdbestuur of van tenminste 10 leden. De voorgestelde wijzigingen moeten in haar geheel tenminste 8 dagen vóór de datum van de vergadering tegelijk met de convocatie daarvoor aan de leden worden toegezonden.